Proeftuin Ede-Wageningen: culturele vrijplaats aan de Rijn

22 juli 2021

‘Wat niet wordt aangewezen, niet omlijst, niet onderstreept, behoort algauw tot wat gewoon bestaat – of altijd lijkt geweest’

Het zijn de woorden van Ivanka de Ruijter, destijds stadsdichter van Wageningen. Ze legde in haar gedicht ‘Sterren’ (2020) de nadruk op iets opmerkelijks: er zijn in een stad plaatsen, personen, initiatieven die bedoeld zijn om anderen te laten schitteren: vrijwilligerscentra, ontmoetingsplekken. Zelf komen ze zelden onder een vergrootglas, hoewel beleidsmakers het erover eens lijken: het feit dat deze fysieke en psychologische ruimten bestaan is een belangrijke voorwaarde voor innovatie en voor groei. Maar hoe kunnen we zo’n vrijplaats stimuleren? Hoe werkt dit in de cultuursector? In de oostelijke cultuuregio van Nederland is het project ‘Proeftuin Ede-Wageningen’ hier een goed voorbeeld van, met een paar heel concrete resultaten.

Vrijplaats

Wie begin juli langs de Wageningse haven liep, waar in november Sinterklaas aankomt, die kon het meemaken: in de verte bij de groene kranen van Bruil, waar silo’s en enorme trechters staan, aan de voet van enorme hopen Rijnzand – daar werd toen de muur verfraaid.

Graffitikunstenaars leefden zich uit, skaters stuntten op de betonplaten, beats klonken metaalachtig over het water. Een vrijplaats

Een tiental artiesten kon je aan het werk zien, mensen van naam in die subcultuur, elk met een trappetje en een boel verfbussen en lakrollers op de grond. Je kon er verschillende muurschilderingen zien – van Mondriaanachtige abstracties tot schedels, letters (‘pieces’), graphic novel achtige, een Samoerai, zelfs fotorealisme. Er was weer iets bijzonders te beleven in de Wageningse haven, en dat is zeldzaam op die plek, waar behalve het genoemde Sinterklaasfeest meestal niets te doen is. Het is een verdoemhoekje van de stad, vaak genoemd als een van de lelijkste plekken.

Nu – als onderdeel van de Wageningse Cultuurzomer – zijn artiesten uitgenodigd om er hun graffitikunst te laten zien en er is een zogenaamde ‘HOF’ gemaakt, een honderd meter lange graffiti-‘Hall Of Fame’, waar de jeugd ook na dit festival nog ongestraft kan kliederen en oefenen. Dit is op zich al heuglijk nieuws, maar waarom? En wat is die proeftuin?

dit specifieke evenement, een resultaat van de Proeftuin Ede-Wageningen is voor makers van cultuurbeleid een schot in de roos. Dit is precies wat we in deze regio nodig hebben

Regionale verbinding

Ik ging langs om te kijken, en trof daar Xander, van cultuurcentrum Astrant – die in Wageningen workshops organiseerde om de jeugd vooraf warm te maken. Muziek klonk door de boxen, passanten flaneerden langs de graffitimuur. Het had een sfeertje. Bezoekers namen foto’s, terwijl mister graffiti relaxed toekeek. Hij kwam vanuit Ede, echt een Graffiti-hotspot, om in Wageningen workshops te geven. Hem viel daarbij iets op: ‘In Wageningen is meer talent, meer vrije geest,’ zegt hij. Er is veel wil om iets moois te maken, maar er zijn weinig faciliteiten. In Ede daarentegen zijn meer faciliteiten maar daar heerst niet die vrije geest.’ Samenwerking is dus nodig.

Samenwerking is nodig. Dit speelt niet alleen op gebied van Graffitikunst, maar op meer vlakken

Ede en Wageningen delen dan misschien een intercitystation (Ede-Wageningen), er zijn waardevolle combinaties gemaakt in de regio op het gebied van historie (WOII), in de voedselindustrie, en in natuurbeheer – maar sociaal-cultureel is er geen eenheid. Mensen uit Wageningen voelen zich geen onderdeel van Ede, zetten zich er juist tegen af, en vice versa. En dat is, als we kijken naar cultuurbeleid extra jammer. Een beter georganiseerde regionale cultuursector zou namelijk heel goed aansluiten bij de ambitie die in heel Oost-Nederland gevoeld wordt zich te profileren.

Voedingsbodem

Er is op dat gebied nog veel te doen. Theater Junushoff in Wageningen en Cultura in Ede hadden jaren een gezamenlijke programmering – maar zelfs dat is helaas gestopt. Zo’n project als het graffiti-event is een goed voorbeeld van een heel nieuw verbindend project tussen de steden Ede en Wageningen. En zo zullen er hopelijk nieuwe relaties blijven ontstaan.

Het beste is het bovendien als de verbinding niet eenmalig is. Zo blijft de graffiti-Hall of Fame bestaan als vrijplaats, waardoor de jeugdcultuur in de regio een extra plek heeft

Zo blijft de graffiti-Hall of Fame bestaan als vrijplaats, waardoor de jeugdcultuur in de regio een extra plek heeft. In september organiseert dansschool Bransz op die plek een aantal hip-hop events, zoals een breakdance festival met clinics en demonstraties. Zo fungeert de graffitimuur ook na de Cultuurzomer als een voedingsbodem, waardoor weer nieuwe initiatieven kunnen ontstaan.

Proeftuin

Terug naar de woorden van de stadsdichter: ‘Wat niet wordt aangewezen, niet omlijst, niet onderstreept, behoort algauw tot wat gewoon bestaat – of altijd lijkt geweest.’ Je zou namelijk bijna vergeten dat dit mooie graffiti-event tot stand kwam doordat de trekker van wat in ambtelijke wandelgangen simpelweg ‘de proeftuin’ wordt genoemd, de juiste partijen om tafel bracht. Het waren de Wageningse havenbedrijven Bruil, en Van Leusden, iemand die lokale gemeente vertegenwoordigde, Thuis Wageningen en Xander van Soelen voor het Edese Astrant. Al snel was de Wageningse Cultuurzomer aangehaakt, en ook workshop-programmeur Cultuur On Tour.

Het leek een perfecte storm, dit graffiti-event, maar eigenlijk was het dus deels geregisseerd. Maar wat is het nu precies, die ‘Proeftuin Ede-Wageningen’?

Daarvoor moeten we terug naar de opening van die Cultuurzomer, een maand geleden. 

De minister als aanjager

Demissionair minister van cultuur, Van Engelshoven, was in de stad voor de opening van dit festival. Naast de Graffitimuur waren er in juli en augustus van dit jaar maar liefst 80 events. Ze kwam naar deze regio, liet zich informeren en fotograferen op alle culturele ‘hotspots’, omdat ze Ede en Wageningen een warm hart toedraagt. Het kon bijna niet anders, want het besluit een verhaal waar ze zelf een belangrijke rol in speelt: het begon in 2018, toen ze Nederlandse gemeenten en provincies uitnodigde om regionale profielen op te stellen waaruit een visie zou blijken op kunst en cultuur. Bij een overtuigende presentatie zou er rijkssubsidie beschikbaar komen. Er gebeurde toen iets heel bijzonders.

Naast een voorspelbaar aantal stedelijke regio’s zoals, Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag werd er ook gekozen voor stimulering van een nieuwe speler:
de regio Ede-Wageningen

Dit gebied werd gezien als kansrijk en de extra subsidie moest worden gezien als stimulering voor groei, waardoor lessen worden geleerd en gedeeld: ziehier, ‘de proeftuin Ede-Wageningen’. Natuurlijk kwam de minister dus langs om de Cultuurzomer juist op deze plek te openen en zich meteen te laten informeren over hoe het hier gesteld is met haar proeftuin.

Lessen gedeeld

En hoe gaat het hier? Goed, zo op het eerste gezicht. De proeftuin laat het tegenwoordig zien via de website Ede-Wageningen.nl. Het brengt daarmee voor een belangrijk deel in praktijk wat in 2018 door de minister werd beoogd: waar “lessen worden geleerd en gedeeld.” In podcasts (‘Tussenstops’) worden enthousiaste makers uit de regio geïnterviewd, en daar komen de gelegde verbindingen uit voort – zoals Katrin Ebbert, die door bemiddeling van de proeftuin in coronatijd concerten kon geven in achtertuinen van mensen, en die werd opgemerkt door dagblad De Gelderlander, waardoor ze met haar muziek alsnog een groot publiek bereikte. Er staan verslagen op van de letterlijk verbindingen die de afgelopen jaren werden gelegd, culturele ontmoetingen met behulp van een gouden container. Er is een ‘dienstregeling’ waar de nieuwe bijdragen worden aangekondigd, en een toelichting op uitgangspunten van de proeftuin.

Een toegankelijke, verhalende versie
van hoe het ervoor staat in de regio

Dit te laten zien en de makers te stimuleren verbindingen aan te gaan met elkaar en met het publiek, is het waardevolle doel van de site. Maar enthousiaste makers in beeld brengen is slechts een begin. Misschien geldt namelijk wel hetzelfde als wat Xander zei over de graffiticultuur in Wageningen: ‘veel wil om iets moois te maken, maar er zijn weinig faciliteiten.’ 

Vrijplaatsen

Hoe de juiste faciliteiten te bieden voor een bloeiende kunst en cultuur in de regio is een debat op zich. Er moet in ieder geval aandacht zijn: tijd, geld, wat flexibiliteit met regelgeving, kortom een fysieke of psychologische ruimte – een vrijplaats. Misschien moeten we daar maar gewoon aan beginnen, op reis gaan en zien wat we tegenkomen. Pionieren. Met gouden containers, optreden in tuinen en podcasts. En als er op die reis een focus nodig is dan zijn we toch bij dat ‘stimuleren van vrijplaatsen’. Dit is waarom het graffiti-event een schot in de roos was. Het is een van de lessons learned.

Het graffiti-event in de Wageningse haven bracht een nieuwe vrijplaats in de regio – en kwam ook nog eens tot stand doordat de proeftuin precies deed waarvoor hij bedoeld was: de partijen om tafel krijgen, nieuwe verbindingen leggen en zo bouwen aan de culturele infrastructuur

En de reis in nog niet voorbij. De proeftuin Ede-Wageningen gaat nog door tot eind 2021.